|
|
Een beamer is een apparaat voor het weergeven van beeld, wat vooral voor presentaties en door bioscopen worden gebruikt. De beamers voor de thuisbioscoop zijn gebaseerd op de lcd- of op de DLP-techniek en kunnen diagonalen van 60 tot 300 inch produceren. Omdat beamers bedoeld zijn om grijstrappen en kleuren zo natuurlijk mogelijk weer te geven, hebben ze maar een geringe lichtopbrengst en kun je ze alleen in een verduisterde omgeving gebruiken. Vanwege de lange opwarmtijd en de beperkte levensduur van lampen, zijn beamers niet geschikt voor dagelijks gebruik. Voor films daarentegen geven beamers natuurlijk het ultieme bioscoopgevoel.
De beamer kopen is zeker niet het goedkoopste apparaat. Voor thuisgebruik zijn er beamers verkrijgbaar vanaf enkele honderden euro's, maar als je een projector wilt voor professionele doeleinden moet je duizend(en) euro's neertellen. De duurste beamers gaan zelfs over de tienduizend euro, maar dan doe je ook niet onder voor een waar bioscoopprojector.
De resolutie is een van de belangrijkste specificaties voor een beamer. Dit is het aantal beeldpunten (pixels) waaruit het beeld bestaat. Hoe hoger de resolutie, hoe beter de beeldkwaliteit. Dat is ook de reden dat de HD beamers hoog genoteerd staan in onze lijst: deze projectoren hebben een resolutie van maar liefst 1920 x 1080 pixels. Toch hoef je voor een goede bioscoopbelevenis niet per se een HD-projector aan te schaffen. Beamers met een lagere resolutie, zoals XGA (1024 x 768 pixels), worden nog redelijk goed beoordeeld.
Ook de hoeveelheid licht dieop het scherm valt, bepaalt de beeldkwaliteit. De lichtopbrengst wordt aangeduid met de term 'lumen'. Voor de lichtsterkte geldt: hoe meer lumen, hoe beter het beeld bij slechte lichtomstandigheden. Is deze waarde laag, dan moet je de kamer verduisteren om goed beeld te krijgen. Voor thuisgebruik is een beamer van 1500 tot 2000 lumen aan te raden.
Naast de resolutie en de lichtopbrengst zijn er nog enkele factoren waar je rekening mee moet houden. Een voorbeeld is de opstelling van een beamer. De ventilator in de projector (bedoelt voor de koeling) maakt geluid, dus zorg ervoor dat je niet te dicht bij de projector gaat zitten. Meer tips voor het kopen van een beamer vind je in de koopgids.
Voor een beamer zijn er twee verschillende projectietechnieken: de DLP (Digital Light Processing) en de LCD (Liquid Crystal Display). Zonder moeilijke termen te gebruiken leggen we kort de twee projectietechnieken uit en de voor- en nadelen van de LCD en DLP. Let wel op dat de kijkervaring per persoon verschilt. De een prefereert LCD, terwijl de ander liever op een DLP-beamer kijkt.
Een DLP-projector werkt met een chip (DMD), waarin honderdduizenden spiegeltjes zijn verwerkt. Een ronddraaiend kleurenwiel met daarin de drie basiskleuren rood, groen en blauw verlichten deze spiegeltjes. Hierdoor ontstaat beeld. Een minpunt bij deze beamer is een mogelijk 'regenboogeffect': als de snelheid van de kleurenwiel te laag is, kunnen op beeld randen ontstaan in de kleuren rood, groen en blauw. Verhoog je de snelheid, dan kan weer digitale ruis ontstaan. Voordelen zijn de langere levensduur en grotere kleurgetrouwheid. In commerciële bioscopen vind je deze techniek terug. Hier maken ze geen gebruik van een kleurenwiel, maar van drie DMD-chips.
Bij LCD bevindt zich in de projector, tussen de lamp en de projectielens, een lcd-scherm. Het licht gaat door het paneel (en dus door de pixels op het lcd-scherm), waardoor beeld verschijnt. Veel beamers hebben drie lcd's met de kleuren rood, blauw en groen. Een pluspunt is dat bij de LCD-techniek geen sprake is van een regenboogeffect. Ook is er sprake van rustiger beeld, omdat het beeld wordt weergegeven door stilstaande panelen in plaats van bewegende spiegeltjes bij de DLP. Nadelen zijn een korte levensduur en een zichtbaarheid van een raster om de pixels.
|
|